Posts

Posts uit november, 2025 tonen

VOORWOORD

  VOORWOORD De geschiedenis van een misdrijf laat zich zelden in zuivere feiten vangen. Zeker wanneer de stille getuigen allang zijn verdwenen en de laatste levende stemmen slechts gefragmenteerde herinneringen bewaren, ontstaat een verhaal in de ruimte tussen document en emotie. Dit verhaal geschreven door Huub Lammeretz – een kleinkind van de slachtoffers van de dubbele moord bij de molen van Nuth in 1933 – is daarvan een treffend voorbeeld. Hij schreef dit verhaal een halve eeuw nà de tragische gebeurtenissen. Lammeretz schrijft niet als historicus, maar als nazaat. Zijn perspectief is doorleefd en sterk beïnvloed door familieherinneringen, oude krantenberichten en dorpsverhalen die in hun tijd vaak sensationeel van toon waren. De stijl van het werk is verhalend, soms filmisch, en de dader verschijnt geregeld als een demonische figuur. Feit en vertelling lopen daarbij in elkaar over. Dat maakt het document niet objectief in strikte zin, maar wel waardevol als menselijke bro...

1. Zondagochtend 25 juni 1933

  1.     Zondagochtend   25 juni 1933 Mijn grootouders Martha Moonen en haar tweede echtgenoot Jacob Hubert Wevers overleden 54 jaar geleden aan de gevolgen van een schotwond en messteken. De dader was een man namens Janssen. Grootmoeder was nauwelijks vierenveertig en haar echtgenoot vierendertig. Grootvader was molenaar en woonde met zijn gezin in de windmolen van Nuth, boven aan de Valkenburgerweg. Als gevolg van een ongeluk was zijn rechterbeen verbrijzeld en vervolgens geamputeerd. Uit het eerste huwelijk van Martha Moonen waren vijf kinderen voortgekomen; met Jacob Wevers had ze vier kinderen, waarvan de jongste nog in de wieg lag. Ja, het was een tijd met haar eigen tempo. Wat had de dader bewogen? Wat ging er schuil achter deze vuige daad? Welnu, de aanleiding voor de dubbele moord was onenigheid over wat meubeltjes die Janssen – de dader dus – bij molenaar Wevers in bewaring gegeven had. Maar mogelijk, zo niet waarschijnlijker, is dat de woede van...

2. Dorpsrumoer

  2.     Dorpsrumoer De tweevoudige moord op die gedenkwaardige zondagmorgen in juni 1933 vaagde de loomheid en serene rust over het dorp Nuth met één klap weg. Diep medegevoel met de achtergebleven kinderen, edele verontwaardiging en anderzijds botte sensatielust veroorzaakten een beroering die de omgeving nimmer gekend had. De omstandigheid dat het ten hemel schreiend drama zich zonder getuigen had toegedragen, gaf voedsel aan allerlei geruchten, insinuaties en roddels. Niet alleen in, maar ook ver buiten de plattelandsgemeente werden de gebeurtenissen van de naald tot de draad uitgemeten. Allengs werden werkelijkheid en verbeelding op een vreemde manier met elkaar verbonden. Alle registers werden opengetrokken, en in het schemergebied tussen waarheid en waan verloor ieder zich in bijzonderheden die op zichzelf gingen staan en daardoor ongrijpbaar werden. Eens te meer kwam naar voren dat de mensen die zich kalm en onbevooroordeeld in de blote feitelijkheden w...

3. De voorbereiding

  3.     De voorbereiding Wees eerlijk, trouwe lezer: is de buurman of een ander die uw leven enige inhoud tracht te geven niet al eens door u naar een andere planeet gewenst — uiteraard met ontbering van het in die omstandigheden even gerieflijk als onontbeerlijke ruimtepak? Hoe dikwijls bedienen we ons niet in scheldtirades van de weinig opgesmukte en juist daardoor zo pittige heilwensen! Val toch dood! Slik of steek de moord! (wat dit verder ook moge betekenen) — waarbij toch op overtuigende wijze een meer dan dringend beroep gedaan wordt op voorbeschikt onheil. Enigszins bedenkelijk wordt de aangelegenheid bij het betreurenswaardige “ik maak je kapot”, wat niet van de lucht schijnt te zijn. Gaan we evenwel na het ventileren van deze bedreiging onverdroten aan de slag? Zijn we bereid het lot te tarten, de consequenties te nemen en lucht te geven aan onze opgekropte emoties, bezeten als we zijn van de idee de ziel van de aangesprokene met onmiddellijke ingang h...

4. De Hinderlaag

  4.     De Hinderlaag Op de Valkenburgerweg tussen Nuth en Hunnecum boog Janssen, vóór de woning van winkelier Muitjens, rechtsaf de Holleweg in die naar het gehucht Hellebroek voerde. Hij stapte eerst af toen hij de zekerheid had dat spiedende blikken vanuit de winkel hem niet meer konden bereiken. Daarna duwde hij zijn rijwiel rechts de berm op om het daar achter een grote struik aan het oog te onttrekken. Er was niemand te zien. Vervolgens stapte hij door het nog natte gras naar het iets verder gelegen weiland dat een zo uitstekende gelegenheid bood de weg naar de molen, aan de overkant van de verharde weg, in de gaten te houden, zonder dat de eerste de beste voorbijganger hem kon zien. Hier kende hij de omgeving als geen ander. Hij hield ervan door de velden en dreven te dwalen waar hij zichzelf kon zijn, alleen met zijn gedachten. Jaren had hij in Hunnecum gewoond, een flinke steenworp verder. Als hij zich moeite zou doen, zou hij wellicht hun woning tussen...

5. De Aanslag

  5.     De Aanslag De vredige stilte van de van kerkgangers verlaten weg werd verscheurd door de droge knallen uit het pistool dat de onverhoeds tevoorschijn gesprongen Belg op de verblufte molenaar richtte. De ogen nog vol verbazing en ongeloof viel Huub Wevers zijdelings tussen de beide rijwielen die hij aan de hand had, terwijl zijn echtgenote aan de overkant, in de winkel, een fietsplaatje te leen vroeg. De fietsen vielen half over hem heen en raakten kletterend het wegdek. Een wiel bleef maar doordraaien toen het slachtoffer, in de buik getroffen, een zwakke en vergeefse poging ondernam zich op te richten, blijkbaar om zich te verdedigen. Het met leder overtrokken houten been dat met een riem over zijn schouder bevestigd was, bood hem geen kans, drukte hem terug tussen de sturen en het frame. Weerloos was hij overgeleverd aan de dader, die zijn behoedzaamheid had laten varen. Uit zijn broekzak haalde de Belg een kerfmes tevoorschijn, rukte het open en boo...

6. De Vlucht

  6.     De Vlucht Na zijn daad blies de dader, de Belg Janssen, per fiets de aftocht. Het braaksel van zijn rancune vertoonde twee door messteken verminkte lichamen en het begin van brand in de molenaarswoning. Dit spoor van verderf stond in flagrante tegenspraak met het beeld van de kalm voortpeddelende man in de vredige harmonie van het landschap in de warme morgenzon. Hoe verder hij zich van de windmolen van Nuth verwijderde, hoe langzamer zijn benen de trappers van zijn rijwiel op en neer bewogen. Zijn brein werd bestormd door beelden en gedachten, en in een flits was het tot hem doorgedrongen dat hij zich nauwelijks een voorstelling had gemaakt van wat hem na de daad te doen stond. Gewoon naar huis gaan? En dan doen alsof er niets gebeurd was? De onderzoekende blikken van zijn vrouw weerstaan? Met haar viel sowieso toch niet te praten, zij zou het niet begrijpen, in een hysterisch geschreeuw alle heiligen bij elkaar roepen. Meer dan genoeg had hij van haa...

7. De Arrestatie

  7.     De Arrestatie Het is moeilijk te gissen wat in de dader moet zijn omgegaan toen men de handen op hem legde. Hij onderging de arrestatie uiterlijk onaangedaan, bood niet de geringste weerstand, liet zich in de boeien slaan voor men hem naar buiten leidde en hield het hoofd geheven. Een vlucht was niet in hem opgekomen; slechts even maar wilde hij alleen zijn met zichzelf, even tot rust komen — en bij wie kon hij dat beter dan bij zijn kameraad in Schin op Geul? Op dit punt in het opstel aangekomen is het nodig te boekstaven hoe goedgelovig toch brave mensen zijn, en hoe halsstarrig zij zich houden aan wat zij bij geruchte vernomen hebben! Immer weer wordt tegen beter weten in beweerd dat de Belg door de politie uit een processiestoet gehaald is — welja, met de rozenkrans nog in zijn handen sloeg men hem de boeien aan. Deze story blijkt in het verdraaien van de feiten knoeiwerk te zijn vergeleken met het relaas van een niet nader te noemen vrouwspersoo...

8. De Verhoren

  8.     De Verhoren Het spreekt vanzelf dat die zondag de middagmaaltijd door menigeen werd overgeslagen. Na de hoogmis groeide de menigte gestadig aan. Vanuit de verre omtrek spoedde men zich te voet of per rijwiel naar de plek des onheils om zo weinig mogelijk van het schouwspel te missen. De meest nieuwsgierigen toonden weinig terughouding. Bepaald onverteerbaar was de omstandigheid dat de brutaalsten zich vlak na de daad zelfs tot in de molen gewaagd hadden, en er zijn aanwijzingen die het vermoeden rechtvaardigen dat er gedurende de consternatie vlak na de moord van de gelegenheid gebruik gemaakt is zich zonder enige gêne spullen uit de molen toe te eigenen — in het beste geval met de bedoeling aan het gedenkwaardig gebeuren een souvenir over te houden. Deze stotende bijkomstigheid en het feit dat het verzamelde publiek te opdringerig werd, was voor de marechaussee van Hoensbroek — wier hulp ingeroepen was — reden genoeg voor een behoorlijke afzetting zor...

9. De Toeloop

  9.     De Toeloop Johannes (Sjang) Janssen, arbeider, oud 40 jaren, geboren te Vucht (B.), wonende te Houthem, stond maandagochtend 4 september 1933 terecht voor de meervoudige strafkamer te Maastricht. Zoals reeds uitvoerig vermeld had hij op 25 juni 1933 te Nuth de molenaar Jacob H. Wevers en diens echtgenote Maria M. Moonen met pistoolschoten en messteken van het leven beroofd en daarna in de molenaarswoning brand gesticht. Het werd een bewogen zitting, niet in de laatste plaats door het gedrag van het middelpunt van dit proces: de beklaagde Janssen. Wie ook maar een vage notie heeft van de indruk die de ambiance van een rechtbank op de gewone mens maakt, zal zich verbazen over het gedrag van de Belg. Een huivering beving de volgepropte zaal toen de beklaagde binnengeleid werd. Zijn binnenkomst deed sommigen walgen, anderen waren tot schreiens toe aangedaan. De spanning was te snijden toen de Belg de gebruikelijke vragen over naam, beroep enz. werden ges...

10. De Rechtszitting

  10.     De Rechtszitting Zo niet met vertoon van enig welbehagen, dan toch kennelijk lichtelijk sarcastisch heeft de auteur van deze pakkende reeks onlangs gemeend met een mevrouw de vloer te moeten aanvegen die de arme molenaar typeerde als revolverheld, u weet wel, zoals we allen die hebben leren kennen van het witte doek. Eer Wevers zich die zondagmorgen naar buiten waagde om zich met zijn vrouw per rijwiel naar een dorpskermis te begeven, zou hij zich de holsterriem omgegord en een schietijzer binnen handbereik op de heup gestoken hebben: zijn rivaal, de Belg Janssen, was die morgen enkele malen gesignaleerd! Het zou wel eens tot een treffen kunnen komen! ONCE UPON A TIME IN NUTH! Dat was nu nét waar de familie van de molenaar op zat te wachten! Wie schetst niet alleen des schrijvers verbazing maar ook zijn verlegenheid bij de bestudering der processtukken, vast te stellen dat niets de waarheid zo dicht benaderde als de gewraakte reconstructie van de ...

11. Opzet of Noodweer

  11.     Opzet of Noodweer Nog onlangs sprak ik de kroon- en enige ooggetuige van het drama, de inmiddels 73-jarige Elisabeth Krings, de op één na oudste dochter van de muldersvrouw — een vrouw die, naar het mij voorkomt, weinig tijd gegund is geweest om het gebeuren op behoorlijke wijze te verwerken. Na moeilijke jaren koos zij uiteindelijk domicilie in een dorpje achter Sittard, waar zij in de crisisjaren met haar kersverse echtgenoot een bakkerij in stand hield. Door beider geploeter en het onontbeerlijke ondernemersgeluk groeide die zaak na de oorlog allengs uit tot een miniatuurtje van winkel- én vermaakcentrum. Er was daar best wat hulp te gebruiken, want het bleek haast ondoenlijk hun krachten te verdelen over bakkerij, kruidenierswinkel, café en later zelfs een danszaal. In die omstandigheden gebood de morele plicht zich over de halfbroertjes en -zusjes te ontfermen. Niet lang daarna kreeg het echtpaar dan ook de voogdij toegewezen. Zo kreeg deze tragisc...

12. Getuigen

  12.     Getuigen Een vijftiental getuigen is gedagvaard, de deskundigen meegerekend. Met enkele schaarse uitzonderingen dienen de meeste verklaringen slechts ter bevestiging van reeds bekende achtergrondinformatie; ze kunnen de bestaande versie nauwelijks bijstellen. Dat neemt niet weg dat de eenvoudige lieden op de overvolle publieke tribune op het puntje van hun bankjes zitten en zich nauwelijks de tijd gunnen om even de benen te strekken. Zelfs het omzichtig, soms omzwachteld praten van de deskundigen — dat de menigte geregeld in verwarring brengt — kan de spanning in de zaal niet breken. Rationele overwegingen spelen bij het publiek nauwelijks een rol. Bewust of onbewust is men gekomen om zich te verlustigen in sensationele onthullingen en dramatische taferelen — en wat dat laatste betreft worden zij niet geheel teleurgesteld. De kinderen van de slachtoffers De verklaringen van de kinderen spreken het meest tot de verbeelding. Vooral het schrijnende bes...

13. Nog meer Getuigen

  13.     Nog meer Getuigen Geen beklaagde laat zich zo treffend typeren als de man die zijn roeping — het theater — lijkt te hebben misgelopen: de Belg Sjang Janssen. Aan bekenden in Nuth heeft hij de afgelopen weken vanuit de gevangenis brieven geschreven, klaarblijkelijk bedoeld als uitnodiging om vooral zijn proces bij te wonen. Alsof het om een toneelvoorstelling ging waarin hij de kapitale rol zou spelen. Is hij slechts ijdel, of vreest hij — als buitenlander — een onrechtvaardige behandeling? Niets wijst het tegendeel uit. Zijn heftigheid en agressie, zijn uitdagende manier van antwoorden, zijn houding: het zijn meer dan vage signalen dat hij geenszins van plan is het vonnis ootmoedig aan te horen en vervolgens in de vergetelheid te verdwijnen. Men zal zich hem herinneren. En dat hij daarin geslaagd is, blijkt wel uit dit verhaal.   Het laatste woord De magistraat achter de groene tafel, een streng gezicht boven de zwarte toga, waarin vergrote ...

14. PLEIDOOI EN VONNIS

  14. PLEIDOOI EN VONNIS Een man als beklaagde Janssen moet, zo stelt de verdediging, ondanks alles tot de goedmoedige typen worden gerekend. Zeker wanneer men — zoals zijn raadsman straks uitvoerig uiteenzet — zijn huwelijksleven nader beschouwt. Tot het uiterste zou zijn vrouw hem gedreven hebben, ook nadat hij na zijn avontuur in Frankrijk weer verzoend was met haar. Vanaf de tweede wittebroodsweek werd door haar een aaneenschakeling van vernederingen ingezet. Men denke hierbij — aldus de pleiter — aan de Duitse thriller “Es geschah am hellichten Tag”, waarin de moordenaar, de “Zauberer”, door zijn echtgenote met niets dan misprijzen wordt bejegend. Maar zelfs dát is, vergeleken bij het methodisch getreiter door mevrouw Janssen, slechts kinderspel. Deze helleveeg schepte er een duivels genoegen in haar man te kleineren en het leven zo zuur te maken dat het een wonder was dat het huwelijk standhield. Het verhaal dat zij — meer dan eens — het voor hem bereide eten koudweg aa...