3. De voorbereiding
3.
De voorbereiding
Wees eerlijk, trouwe lezer: is de buurman of een ander die
uw leven enige inhoud tracht te geven niet al eens door u naar een andere
planeet gewenst — uiteraard met ontbering van het in die omstandigheden even
gerieflijk als onontbeerlijke ruimtepak? Hoe dikwijls bedienen we ons niet in
scheldtirades van de weinig opgesmukte en juist daardoor zo pittige heilwensen!
Val toch dood! Slik of steek de moord! (wat dit verder ook moge betekenen) —
waarbij toch op overtuigende wijze een meer dan dringend beroep gedaan wordt op
voorbeschikt onheil. Enigszins bedenkelijk wordt de aangelegenheid bij het
betreurenswaardige “ik maak je kapot”, wat niet van de lucht schijnt te zijn.
Gaan we evenwel na het ventileren van deze bedreiging
onverdroten aan de slag? Zijn we bereid het lot te tarten, de consequenties te
nemen en lucht te geven aan onze opgekropte emoties, bezeten als we zijn van de
idee de ziel van de aangesprokene met onmiddellijke ingang het heelal in te
lanceren? Volstrekt niet! Men behoeft geen groot inlevingsvermogen te bezitten
om in te zien dat de uitvoering van het dreigement een lange weg van kommer en
ellende zal inluiden en niemand zoekt toch graag langs daze weg de publiciteit?
Op dat punt aangeland beseffen we dat de handrem erop moet. Het is genoeg
geweest; de meest krachtige variatie is uitgebraakt. We zijn aan het eind — het
scheldwoordenkanon is leeg.
Het is onze zaak ons kalm en waardig uit de voeten te maken
om de toegesprokene ruim de tijd te gunnen over de in het vooruitzicht gestelde
bejegening te mediteren en, naar we hopen, tot inkeer te komen. In het
slechtste geval zijn we terstond bereid de gehele procedure opnieuw op te
starten. Een degelijke voorraad krachttermen is nooit weg: het lucht ons gemoed
en belet ons in de verlegenheid gebracht te worden handelend te moeten
optreden. Daarvoor is onze relatie met de werkelijkheid te meeslepend. Om het
innerlijk ritme te hervinden nemen we liever onze toevlucht tot weinig kiese
gedachten; we verlustigen ons aan gewelddaden die zich enkel in onze
fantasieën, wensvoorstellingen en dromen manifesteren — en die zijn niet
strafbaar.
Het laatste is een mooi voorbeeld van sublimatie: de
aandrift tot moorden zit in ons allen! Geruststellend voeg ik hieraan toe dat
in de meeste gevallen de driften en emoties getemd zullen worden, maar toch:
met betrekking tot de gebeurtenissen in Nuth is het van groot belang enige
kanttekeningen dienaangaande te plaatsen. De moordenaarsziel kent nauwelijks
geheimen. Immers, ingewijden hebben eens inzicht gegeven in de motieven van hun
handelen. Een belangrijk bestanddeel van de bevindingen daarrond is dat niemand
als moordenaar wordt geboren; bij zijn geboorte is niemand voorbestemd
moordenaar te worden.
Het staat vast: wij allen lijden in meer of mindere mate aan
psychische storingen en ziekten die hun oorsprong vinden in de vroegste
kinderjaren. Nog vóór het tweede of derde levensjaar wordt de kiem gelegd voor
een volwassen gedrag — onnodig te onderstrepen dus van hoe groot belang deze
periode voor een gezonde psychische ontwikkeling is. Het kinderzieltje luistert
haarzuiver en is zeer kwetsbaar. Daar het schuldig is dat geen enkele opvoeding
kan bogen op perfectie, mogen we stellen dat elke tekortkoming zijn weerslag
vindt in het rimpelloze kinderlijk gemoed.
Zijn de gevolgen van een halfslachtige opvoeding te
betreuren, dan is het resultaat van een stotende behandeling door ouders die
zich afwijzend gedragen of in het ergste geval niets met het kind te maken
willen hebben bepaald monsterachtig. Hier liggen de sleutels voor toekomstig
afwijkend gedrag! Het klein peukje voelt zich bedreigd en wil zijn ongenoegen
kenbaar maken in woede-uitbarstingen en agressiviteiten, die nu juist sterk in
de taboesfeer liggen. Het wicht blijft niets anders over dan in zichzelf te
keren, waar het met zijn angsten maar moet zien klaar te komen. Het is daartoe
evenwel nog niet in staat; er is maar één uitweg: de aangeboorde
onlustgevoelens op te bergen en zogenaamd te vergeten — bewust of niet, zelden
onbewust. Maar daarmee is het spoor gezet naar een structurele verandering van
de kinderziel.
Bedreigingen leiden tot angsten en met verdringing en
geslotenheid vormen ze samen de voedingsbodem voor depressies en gevoelens van
hulpeloosheid die het kind op zijn verdere weg door het leven nog zal
ontmoeten. Frustraties, echte of ingebeelde, versterken deze emoties waardoor
het steeds meer verstrikt raakt in een voortdurend conflict met de omgeving en
zijn eigen innerlijk. Het individu weet niet anders meer te reageren dan met
haat- en wraakgevoelens die kunnen escaleren in zelfmoord of moord.
Tenslotte wil ik voor de volledigheid nog wijzen op een
totaal ander aspect. Bij een moord zijn twee personen betrokken! Het is
gebleken dat het slachtoffer eveneens, bewust of onbewust, een rol speelt bij
het tot stand komen van een misdrijf. Voor dit onderdeel van de criminologie
heeft men pas echt oog gekregen na de Tweede Wereldoorlog.
Een en ander is voor mij reden genoeg om de oorzaak van de
dubbele moord in Nuth niet te zoeken in eerder aangehaalde materiële
futiliteiten, maar in de emotionele betrekking tussen de slachtoffers en de
dader, die op zijn beurt weer zoveel aspecten heeft dat het ware motief nooit
bekend zal worden. Wat weten wij immers van hetgeen zich tussen de betrokkenen
heeft afgespeeld?
Reacties
Een reactie posten